Anti-pestprotocol

Anti-Pestprotocol:

De Dorpsbeuk heeft een up-to-date anti-pestprotocol. Deze vindt u in de bijlage onderaan deze pagina.
Hieronder staat een samenvatting van de belangrijkste informatie uit ons protocol.

Een anti-pest protocol kan veel misverstanden voorkomen:
1 Kinderen en volwassenen gaan respectvol met elkaar om.
2 Ik spreek de ander aan bij zijn of haar echte naam (geen bijnaam).
3 Ik spreek positief over de ander; aan roddelen doe ik niet mee.
4 Ik ga zorgvuldig om met de spullen van school en van medeleerlingen.
5 Ik ben belangrijk voor de groep en zal meewerken aan een goede werksfeer.
6 Een ruzie heeft iedereen wel eens, maar ik doe wel mijn best om een ruzie uit te praten.
7 Ik ben als mens net zo belangrijk als de ander.

Kinderen kunnen samen met hun groepsleerkracht het pestprotocol ondertekenen.
Met de kinderen wordt natuurlijk vooral uitgebreid over de regels en begrippen, zoals “respect”, gesproken.
Belangrijk is  dat negatieve formuleringen, zoals: “Je mag niet….”, worden vermeden.
Het werkt beter als in de regels staat wat er wel mag.
Aan de regels dienen kinderen, leerkrachten en ouders zich te houden.

Wat is pesten?
“Iemand wordt getreiterd of is het mikpunt van pesterijen als hij of zij herhaaldelijk en langdurig blootstaat aan negatieve handelingen verricht door één of meerdere personen”.
Je noemt iets pesten als er sprake is van een ongelijke machtsverhouding.
Als er wordt gepest, is het ene kind altijd sterker dan het andere.
De pestkop misbruikt zijn macht.
Het slachtoffer heeft moeite zich te verdedigen.
Het is steeds dezelfde, die wint of die verliest.
Meestal gebeurt pesten niet zomaar een keer.

Wat is plagen?
Bij plagen is er sprake van incidenten. Eén persoon zegt iets, een andere zegt iets terug en meestal is het dan afgelopen.
Vaak is het een kwestie elkaar voor de gek houden. De machtsverhouding is gelijk.
Plagers(s) en geplaagde(n) hebben een gelijke of bijna gelijke macht.
Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende psychische en/of fysieke schade op en is in staat zich te weren.
Wat is het verschil tussen plagen en pesten?
Als kinderen aan elkaar gewaagd zijn, is er sprake van plagen.
De ene keer doet de één iets vervelends, een volgende keer is het een ander.
Plagen hoort erbij. Daar moet je (leren) tegen (te) kunnen.
Plagen is een manier om grenzen te verkennen: hoever kan ik gaan?
Plagen verduidelijkt iemands sterke en zwakke punten.
Plagen is een spelletje. Niet altijd leuk, maar nooit bedreigend!
Pesten is dat wel.

Doe de Pest Test:
Zet een kruisje bij het antwoord, dat jij het beste bij jezelf vindt passen:

1 Wat vind jij van kinderen, die vaak worden gepest?
• Ze zijn dom, irritant en soms ook zielig.
• Ze hebben hulp nodig.
• Ik denk, dat ze heel bang en doodongelukkig zijn.
• Het is hun eigen schuld. Je kunt wel met ze lachen.

2 Wat vind jij van pestkoppen?
• Heel vervelend en ze zijn stom bezig.
• Het zijn etters.
• Ze zijn best wel geinig.
• Ik vind ze grappig, zo lang ze maar niets tegen mij doen.

3 Wat vinden jouw vrienden van je?
• Ik heb geen vrienden of vriendinnen.
• Als het echte vrienden zijn, vinden ze me leuk.
• Ze vinden me stoer en hartstikke leuk.
• Ik hoop, dat ze me aardig vinden.

4 Op jouw school wordt veel geknikkerd. Jij weet dat kinderen uit een lagere
    groep het stoer vinden, als ze met de groten mogen meedoen.
    Natuurlijk verliezen ze dan. Ga jij tegen ze spelen?
• Misschien, want het lijkt me wel leuk.
• Ik doe het alleen, als er geen klasgenoten van me bij zijn.
• Wat een vraag! Natuurlijk, dan win ik lekker veel.
• Nee, dat vind ik oneerlijk.

5 Op het schoolplein staat iedere dag een groepje kinderen met elkaar te
    lachen. Zij zijn het populairst in de klas. Hoor jij bij dat groepje?
• Soms, ik ga alleen bij dat groepje staan, als het kinderen zijn, die ik aardig vind.
• Nee, want ik hoor er niet bij en dat vind ik erg.
• Meestal wel en dat is hartstikke leuk.
• Natuurlijk hoor ik bij dat groepje.

6 Bij een bushalte zien jij en een vriend(in) hoe een klasgenoot van jullie door
   een groepje jongens/meisjes wordt vastgehouden.
   Wat doe jij?
• Als het een vervelend kind is dat ze te pakken nemen, sla ik lekker mee.
• Ik ga hulp vragen aan een volwassene in de buurt.
• Ik word bang en ik loop weg.
• Ik ga met mijn vriend(in) praten en doe net of ik het niet zie.

7 Je hebt een bril of iets anders waarmee je wordt gepest. Voor de zoveelste
    keer schelden ze je ermee uit.
   Wat doe jij?
• Als ik die persoon nog een keer tegenkom, geef ik hem onverwachts een dreun.
• Ik lach erom en zeg dat hij naar zijn eigen bloemkooloren moet kijken.
• Ik zou die persoon even een kopje kleiner maken. Dat pik ik toch niet?
• Ik loop door en ik denk: dat is de zoveelste keer.

8 Na schooltijd loopt er een bang kereltje voor je. Hij heeft een hartstikke leuke
    jojo, die jij ook wel zou willen hebben.
   Wat doe jij?
• Ik zeg dat hij die jojo snel aan mij moet geven, want anders……….
• Niets! Misschien zou ik vragen of ik even met die jojo mag spelen, maar ik denk niet dat ik dat durf.
• Ik zou vragen, waar hij die jojo heeft gekocht.
• Als ik samen met een vriend ben en hij wil die jojo ook, dan pakken we hem gewoon af.

9 Je gaat op een clubje. Daar zijn de kinderen veel rustiger dan bij jou in de
    klas. Wat doe jij?
• Als ik het saai vind, zal ik wel zorgen, dat de sfeer verandert.
• Ik zie wel of ik het wel leuk ga vinden.
• Ik doe ook rustig, maar ik hoop wel, dat het niet altijd zo saai blijft.
• Ik ben blij toe, want dan laten ze mij misschien ook met rust.
 

Anti-pestprotocol
anti-pestprotocol.doc
Download